Waarom bietenpulp niet geschikt is voor paarden
25 oktober 2021 

Waarom bietenpulp niet geschikt is voor paarden

Er zijn veel paarden die bietenpulp te eten krijgen. De ene om aan te komen, de ander omdat ze een slecht gebit heeft en niet meer kan kauwen, en weer een ander omdat het goed voor de darmen is. De crux bij bietenpulp is alleen dat het juist niet goed is voor de darmen. Veel mensen zijn zich niet bewust van de daadwerkelijke invloed van bietenpulp op het paardenlichaam en daar moet verandering in komen. Wanneer je denkt iets te voeren omdat het goed is voor je paard met darmproblemen terwijl dat product eigenlijk het tegenovergestelde bewerkstelligt is dat behoorlijk zuur.

Ingrediënten in bietenpulp

Om te beginnen is bietenpulp vaak rijk aan suiker. Voor paarden is een te hoog suikerpercentage een belasting voor het lichaam omdat dit de bloedsuikerspiegel omhoog brengt. Inmiddels zijn er echter ook best veel bewerkte varianten van bietenpulp. Daar zit minder suiker in en ze hoeven ook niet zo lang geweekt te worden.

Een van de stoffen waar veel aanwezig van is in bietenpulp is pectine. Dit is een vezelsoort, en ook de reden dat je vaak hoort dat bietenpulp goed voor de darmen is. Pectine zou, omdat het een vezel is, namelijk goed zijn voor de darmen van je paard. Dit ligt alleen net wat anders.

Melkzuurbacteriën

Pectine is inderdaad een vezel die in de dikke darm verteerd wordt, net als cellulose uit ruwvoer. Daarentegen wordt dit niet door de wenselijke vezel verterende micro-organismen verteerd, maar door melkzuurbacteriën. Deze stoten in de darmen melkzuur uit, en dat leidt tot verzuring van de darmen. Deze melkzuurbacteriën horen wel in de darmen, maar slechts in kleine hoeveelheden. Wanneer deze melkzuurbacteriën veel te verteren krijgen zullen ze vermeerderen en zal een steeds groter deel van de darmflora uit melkzuurbacteriën gaan bestaan.

Hoe meer melkzuurbacteriën er in de dikke darm zitten, hoe meer melkzuur er uit gestoten wordt en dus hoe groter de verzuring. Deze verzuring van de darmen is niet zonder gevolgen. De eerder genoemde vezel verterende micro-organismen kunnen namelijk niet goed tegen deze zure omgeving en zullen afsterven. Dat heeft een negatief effect op de mate waarin voedingsstoffen uit ruwvoer opgenomen kunnen worden. Plantvezels zijn juist een hele belangrijke energiebron voor paarden. Wanneer een paard weinig energie heeft kan dat dus ook juist komen doordat hij voer krijgt wat de opname van energie uit ruwvoer belemmert. Bij zulke paarden wordt de hoeveelheid krachtvoer vaak opgevoerd, maar dat maakt het probleem alleen maar groter. Bij grote hoeveelheden zetmeel stroomt dit namelijk ook door naar de dikke darm waar het voeding is voor melkzuurbacteriën.

Als er in één keer veel vezel verterende micro-organismen afsterven kan dit een trigger zijn voor hoefbevangenheid. Zij laten namelijk toxines los. Als die in het bloed terechtkomen kan dat hoefbevangenheid veroorzaken.

Naast de micro-organismen kan ook de darmwand niet goed tegen een zure omgeving. Normaal gesproken zitten er in de darmwand kleine openingen met regulatoren die bepalen of het lichaam een bepaalde voedingsstof nodig heeft. Als dat niet zo is wordt deze opgeslagen of uitgescheiden. Wanneer de darmen verzuren kan dit resulteren in ontstekingen in het darmslijmvlies. Door deze ontstekingen komen de openingen in de darmwand verder open te staan. Dat geeft onverteerde voedingsresten, ongewenste voedingsstoffen en micro-organismen de kans om door de darmwand naar het bloed te gaan en zich zo door het lichaam te verspreiden. Er ontstaat dan een leaky gut, ook wel een hyperpermeabele darm genoemd.

Pectine in het wild

In het wild eet een paard ook wel pectine, omdat dit met name in voorjaarsgras zit. Hoe langer het gras groeit en hoe verder we in het seizoen komen, hoe minder pectine en hoe meer lignine er in het gras gaat zitten. Paarden in het wild krijgen dus maar een paar maanden per jaar te maken met hoge pectinegehaltes. Een gedomesticeerd paard dat in het voorjaar op de wei staat krijgt hier dus ook mee te maken. Op zich is dat geen probleem en kan een gezond paard die paar maanden aan pectine wel verwerken.

Het wordt echter een probleem als we zo’n paard de rest van het jaar bietenpulp gaan geven. Zo krijgen ze continu pectine binnen, continu voeding voor de melkzuurbacteriën. Deze kunnen dus ook het hele jaar vermeerderen. Als je paard dan in het voorjaar het voorjaarsgras op gaat krijgen deze melkzuurbacteriën – wat er al veel zijn – heel veel voeding binnen en zullen ze nog meer gaan groeien. Daardoor wordt er nog meer melkzuur uitgestoten en zullen de darmen nog meer verzuren.

Bietenpulp als dikmaker

Dan wordt bietenpulp ook vaak als dikmaker ingezet. Bij paarden die dik lijken te worden van bietenpulp is het echte aannemelijker dat ze afvalstoffen vast gaan houden die in het lichaam aangemaakt worden. Dit doen paarden onder andere in hun bind- en vetweefsel, waardoor het de illusie oogt dat ze aankomen. In plaats daarvan worden ze lymfatisch van het vasthouden van afvalstoffen.

Gifstoffen in bietenpulp

Tot slot is bietenpulp afkomstig van de suikerproductie. Het wordt op diverse manieren bewerkt voordat het bietenpulp wordt, en vroeger werd bietenpulp zelfs gewoon weggegooid. Hierbij komt het met diverse stoffen in aanraking waarvan eigenlijk niet duidelijk is wat de werking is. Een van de stoffen die hierbij gebruikt wordt is glyfosaat, een onkruidverdelger. In diverse andere landen mag dit door particulieren niet eens gebruikt worden omdat het niet veilig is, maar het wordt wel gebruikt op de grondstoffen van ons paardenvoer.

Wanneer een paard verbetert op bietenpulp zegt dit meestal meer over het voer dat het paard daarvoor krijgt. Dat was dan waarschijnlijk minder passend dan bietenpulp. Dat wil nog niet zeggen dat bietenpulp gezond is, en meestal zijn er dus gezondere opties. De beste voeding voor de micro-organismen in de darmen van je paard is onverpakt hooi van goede kwaliteit.